
Quentin worstelt met zijn verleden: het falen van zijn twee huwelijken, de ongelukkige ervaringen in zijn kindertijd en de politieke heksenjachten. Hij ontmoet de archeologe Holga. Ze is Duits en brengt met zich een gevoel mee van het Europese verleden, met name de Tweede Wereldoorlog, de massavernietigingswapens en de concentratiekampen. Hij verbindt deze geschiedenis met zijn leven en stelt zijn eigen motieven en moraal ter discussie. Hij onderzoekt zijn egoïsme, de afwijzing van zijn eerste vrouw Louise, zijn onvermogen om zijn gekwelde tweede vrouw, Maggie, te helpen en zijn vermogen haar te doden.
In een interview werd Arthur Miller een keer gevraagd wat de overeenkomst was tussen hem en andere grote Amerikaanse toneelschrijvers als Tennessee Williams en Eugene O’Neill. Zijn antwoord luidde dat ze een sterke morele gevoeligheid hebben: ‘They are all burning with some anger at the way the world is.’ Schrijven was voor hem een daad van verzet, van opstandigheid om de mensen wakker te schudden.
Het is precies die morele gevoeligheid die Eric de Vroedt treft in Na de zondeval. En die zich vertaalt in de vraag waar Quentin zich voortdurend mee pijnigt: Heeft hij te goeder trouw geleefd? En kan hij, met de kennis van zijn fouten, opnieuw beginnen? Na de zondeval is voor De Vroedt een wervelend experiment waarin gezocht wordt naar de onbevangenheid, naar het verlangen nieuw in het leven te staan.
van Arthur Miller
regie Eric de Vroedt
met Kitty Courbois | Tamar van den Dop | Fred Goessens | Marieke Heebink | Fedja van Huêt | Marwan Chico Kenzari | Karina Smulders | Leon Voorberg
dramaturgie Willemijn Barelds
scenografie Maze de Boer