
De oorlog is gestreden. Macbeth en zijn vriend Banquo komen terug van het slagveld. Ze hebben de overwinning behaald, staan stijf van de adrenaline, hun zwaarden druipen nog van het bloed. Overal weerklinkt de naam van Macbeth, de lucht gonst van de verhalen over hoe makkelijk het doden bij hem ging. Macbeth is een held, een killer in dienst van koning en vaderland. En nu? Kan Macbeth het doden laten, nu de strijd gestreden is? Vreemde wezens voorspellen hem het koningschap. Aangemoedigd door zijn vrouw moordt hij zich een weg naar de absolute macht. Eerst schakelt hij koning Duncan uit, dan zijn beste vrienden, dan hun familie, inclusief kinderen. Vervuld als hij is van het kwaad, los van elk moreel gevoel, blijft Macbeth toch een mens. Sterker nog, hoe verder hij zich begeeft op de weg van het geweld, des te meer nemen andere krachten het over. Macbeth en zijn vrouw worden opgejaagd door hun eigen demonen, geraken in de greep van schuldgevoel en gewetenswroeging. Alleen gelaten door vriend en vijand, is er nog maar één bevrijding, die van de dood. En dan is het aan de volgende generatie. Wat heeft zij geleerd? Is zij in staat om doorheen het ergste kwaad opnieuw naar het goede te reiken?
Voor Johan Simons is Macbeth een studie van het geweld, geen psychologische studie, maar een genetische. Het geweld komt niet van buiten, maar zit in de mens zelf als mogelijkheid geprogrammeerd. Het echtpaar Macbeth voert een programma uit van systematische vernietiging. Op het einde daarvan staat, paradoxaal genoeg, de heropstanding van het goede, de kans om het anders te doen. Want niet het kwade stuurt de mens, de mens stuurt het kwade. Door het kwade in zichzelf aan banden te leggen, kan hij zichzelf en zijn wereld herscheppen. De paradoxale consequentie van een stuk als Macbeth is het besef dat niet alleen het kwade in ons is verankerd, maar ook de mogelijkheid het goede te doen.
van William Shakespeare
regie Johan Simons
met Roeland Fernhout | Fred Goessens | Fedja van Huêt | Hans Kesting | Chris Nietvelt
vertaling Hugo Claus
dramaturgie Koen Tachelet
muziek Warre Simons
scenografie Jan Versweyveld