
Dionysos komt in de gedaante van een mens aan in de stad Thebe, waar koning Penteus (zijn volle neef) regeert. Dionysos wil erkenning voor zijn cultus in zijn moederstad, maar Penteus weigert deze erkenning uit angst de controle over zijn volk te verliezen. Dionysos jaagt in een (dionysische) roes van waanzin en extatisch genot alle vrouwen uit de stad naar de bergen om hem daar te vereren. Hij maakt Penteus zo nieuwsgierig over deze onbekende rite dat hij gekleed als vrouw de bergen intrekt, zijn noodlot tegemoet...
Euripides schreef Bacchanten toen Athene in oorlog was met Sparta (Peloponnesische oorlog). In deze onzekere tijd zocht men naar houvast. In Athene staken als gevolg hiervan oude rituelen de kop op. Zoals aan dionysische rituelen verwante tradities: het drinken van bloed van geofferde dieren en het dansen op ritmische muziek tot men in trance was. Deze elementen gebruikt Euripides voor Bacchanten. In deze tragedie staat het conflict tussen de roes en de rede centraal. Het omgaan met onze driften en het beteugelen ervan.
van Euripides
bewerking/regie David Geysen
muziek Carl Beukman
spel
Nadia Amin, Joost Bolt, Geert de Jong, Joop Keesmaat, Judith Linssen, Hugo Maerten, Ellen Parren, Bob Schwarze, Iwan Walhain, Sanne Vanderbruggen