
Janácek ontwikkelde al vroeg een grote liefde voor de Russische literatuur. Deze liefde beïnvloedde zijn artistieke smaak sterk, net zo als zijn platonische liefde voor de veel jonger Kamila Stösslová. Zij was zijn grote inspiratiebron voor het psychologische portret van Katja's liefde voor een andere man. Het psychologisch drama wordt ondersteund door de schitterende melodieën, waarin liefde, broeierige hartstocht en tragiek te horen zijn.
Katja is getrouwd met Tichon Kabanova, die gedomineerd wordt door zijn tirannieke moeder Kabanicha. Boris G., die bij zijn oom, de koopman Dikoj inwoont, is hopeloos verliefd op Katja. Katja biecht op aan Varvara, een pleegdochter van Kabanicha, dat ze zich maar moeilijk kan verzetten tegen haar liefde voor Boris. Varvara, die zelf stiekem verliefd is op de leraar Kudrasj, belooft haar te zullen helpen. Kabanicha stuurt haar zoon op zakenreis en Katja probeert haar man tevergeefs over te halen niet te vertrekken omdat ze weet dat ze dan naar Boris zal gaan.
Varvara, die zelf een afspraakje met Kudrasj heeft, vertelt Katja dat Boris op haar wacht in de tuin. Ondertussen vindt er een groteske liefdesscène plaats tussen de dronken Dikoj en de hypocriete Kabanitsja. Als Tichon thuiskomt, bekent Katja hem dat ze de afgelopen tien nachten met Boris heeft doorgebracht. Kabanicha wil Katja streng straffen en Dikoj stuurt zijn neef naar Siberië. De geliefden nemen afscheid, waarna Katja springt en verdrinkt. Als Tichon het levenloze lichaam van Katja ziet, komt hij voor het eerst in opstand tegen zijn moeder en beschuldigt haar van de dood van zijn vrouw.
(Bron: Opera Zuid)
regisseur
Harry Kupfer
dirigent
Stefan Veselka
kapelmeester
Tjalling Wijnstra
orkest
Limburgs Symfonie Orkest
koor
Het Zuidelijk Theaterkoor
met onder anderen Henk van Heijnsbergen - Victor Afanasenko - Miranda van Kralingen - Michael Baba - Johanni van Oostrum - Elmar Gilbertsson - Karin Strobos - Jacques de Faber - Marjolein Bonnema