
Bij zijn terugkeer uit de Trojaanse oorlog werd Agamemnon, koning van Mycene, vermoord door zijn vrouw Klytämnestra en haar minnaar Aegisth. Agamemnons zoon Orest verdween, diens zusters Elektra en Chrysothemis bleven in het paleis achter. Elektra beweent dagelijks haar vader en blijft alleen nog in leven door de vurige wens hem eens te wreken. Chrysothemis daarentegen snakt naar een normaal leven met een man en kinderen. Klytämnestra wordt door nachtmerries gekweld en vraagt Elektra om raad. Die krijgt ze van haar dochter: pas als het juiste slachtoffer – een vrouw – door de bijl is geveld, zal Klytämnestra ophouden met dromen! Plotseling komt het bericht dat Orest dood is en Klytämnestra trekt zich verheugd terug in haar vertrekken. De wraak moet nu zonder Orest worden voltrokken. Elektra vraagt Chrysothemis tevergeefs om hulp om Agamemnon te wreken met dezelfde bijl waarmee hij werd omgebracht. Orests dood was gemeld door twee boodschappers; een van hen blijkt Orestes zelf te zijn. Hij ziet Elektra aanvankelijk aan voor een bediende, maar door haar verdriet herkent hij haar als zijn zuster. Hij belooft Klytämnestra en Aegisth te doden en weldra klinken zijn moeders doodskreten door het paleis. Als Aegisth thuiskomt, licht Elektra hem bij. Hij gaat het paleis binnen, de dood tegemoet. Elektra geeft zich over aan een extatische dans, die pas eindigt als ze dood neervalt: ze heeft haar roeping vervuld.
(Bron: De Nederlandse Opera)
muzikale leiding
Marc Albrecht
regie
Willy Decker
dramaturgie
Klaus Bertisch
met: Michaela Schuster - Evelyn Herlitzius - Linda Watson (22 25 28 en 31 okt) Ricarda Merbeth (19 22 25 28 en 31 okt) - Camilla Nylund - Hubert Delamboye - Gerd Grochowski - Tijl Faveyts - Iris Giel - Hiroko Mogaki - Pascal Pittie - Jan Alofs - Elaine McKrill - Helena Rasker - Lien Haegeman - Astrid Hofer - Anja van Engeland - Lisette Bolle
orkest
Nederlands Philharmonisch Orkest
koor
Toonkunstkoor Amsterdam
instudering
Boudewijn Jansen