
I
Don Carlos, de Spaanse kroonprins, is verliefd op zijn jonge stiefmoeder, Elisabeth van Valois. Zijn vriend Rodrigo, markies van Posa, probeert hem af te leiden en smeekt hem zich in te zetten voor de onderdrukte Nederlanden. Carlos vraagt Elisabeth voor hem te bemiddelen bij de koning, Filips II. Als hij zijn gevoelens de vrije loop laat, wijst zij Carlos terecht, hoewel ze ook van hem houdt. Carlos snelt weg. De koning is woedend omdat hij de koningin alleen aantreft. In een gesprek met Rodrigo vertelt hij deze over zijn zorgen omtrent Elisabeth en Carlos.
II
Na een anoniem briefje te hebben ontvangen verwacht Carlos ’s nachts de koningin in de tuin. De schrijfster is echter prinses Eboli, die verliefd op hem is. Als Carlos zich laat ontvallen dat hij van Elisabeth houdt en Eboli afwijst, zweert zij wraak. Rodrigo verzoekt Carlos hem een aantal belastende documenten inzake de Nederlanden toe te vertrouwen.
Vlak voor een openbare ketterverbranding benaderen afgezanten uit de Nederlanden de koning en smeken hem om vrede. Hij laat hen afvoeren, waarop Carlos met getrokken degen eist naar de Nederlanden te worden gestuurd. Rodrigo ontwapent hem en Filips verheft de markies tot hertog. Carlos laat hij gevangen laat zetten.
III
Filips krijgt van de grootinquisiteur kerkelijke steun om zijn zoon een proces aan te doen. In ruil eist de grootinquisiteur het leven van Rodrigo. Eboli heeft de koning het juwelenkistje van Elisabeth toegespeeld, met daarin een portret van Carlos. Hij confronteert haar daarmee, tot haar grote ontzetting. Eboli bekent de koningin alles, ook het feit dat ze de minnares van de koning is geweest; Elisabeth verbant haar van het hof.
Bij Rodrigo zijn de documenten aangetroffen. Hij zoekt Carlos op in de gevangenis, wetend dat zijn eigen laatste uur geslagen heeft. Getroffen door een dodelijk schot, sterft Rodrigo in Carlos' armen. Filips wil Carlos zijn degen teruggeven, maar deze wijst hem af en bekent dat Rodrigo voor hem is gestorven. Als het volk de gevangenis bestormt, weet Carlos te vluchten.
IV
Elisabeth en Carlos nemen afscheid bij het klooster van San Yuste. Zij worden verrast door de koning en de grootinquisiteur, maar Carlos weet zich op het laatste moment aan de arrestatie te onttrekken.
(Bron: De Nederlandse Opera)
muzikale leiding
Yannick Nézet-Séguin
regie
Willy Decker
dramaturgie
Klaus Bertisch
met Mikhail Petrenko - Andrew Richards - Christopher Maltman - Sir John Tomlinson - Andrea Mastroni - Camilla Nylund - Ekaterina Gubanova - Eugénie Warnier - Maartje de Lint - Rudi de Vries - Lisette Bolle
orkest
Rotterdams Philharmonisch Orkest
koor
Koor van De Nederlandse Opera
instudering
Martin Wright